Bezuinigen is geen economische noodzaak, maar een politieke keuze
Als we de belasting van de 8 procent rijkste Nederlanders met 3 procent verhogen, hoeven we helemaal niet te bezuinigen, zo becijferde de econoom Geert Reuten van de Universiteit van Amsterdam onlangs. Want met deze bescheiden belastingverhoging voor een kleine groep zeer rijken halen we in één klap 18 miljard binnen. De hele bezuinigingsoperatie waar al maanden drukte om is, wordt daarmee overbodig. Alle politieke partijen, met uitzondering van de SP, portretteren de bezuinigingen als noodzakelijk.
Het voornaamste verschil is het gevoel erbij. Links betreurt de bezuinigingen en trekt sombere gezichten. Rechts is zichtbaar blij: een lang gekoesterde wens gaat in vervulling zonder noemenswaardig protest. Te roepen dat de economie dit vereist, is eindelijk afdoende.
Door de bezuinigingen zullen de verschillen in besteedbaar inkomen groter worden. Ze betreffen immers vooral de publieke dienstverlening. Ze leiden ertoe dat we individueel meer moeten betalen: hogere premies en eigen bijdragen in de zorg, hogere kosten voor kinderopvang, muziekles of het lidmaatschap van een sportclub. Ongelijkheid Duurdere kaartjes voor de bus en het theater. Hogere collegegelden. Dit alles versterkt de ongelijkheid, want een verhoging van het collegegeld van 1.500 euro bijvoorbeeld betekent nog geen procent aanslag op een topinkomen, terwijl het voor mensen met een minimuminkomen meer dan 10 procent scheelt. Het besteedbaar inkomen van de minima neemt er dus fors door af, terwijl de topinkomens er nauwelijks iets van merken.
In dit licht is de interventie van Reuten verfrissend. Hij laat zien dat bezuinigen geen economische noodzaak is, maar een politieke keuze met ingrijpende sociale effecten. Hoe is het mogelijk dat de politiek van links tot rechts kiest voor vergroting in plaats van verkleining van de inkomensverschillen?
De inkomensverschillen zijn sinds 1960 fors toegenomen. Dit gebeurde vooral in de jaren tachtig. Nivellering en gelijkheid zijn uit. Gelijkheid wordt geassocieerd met eenheidsworst, smoren van talent en belonen van luiheid, domheid en slechtheid.
Gelijkheid heeft echter grote sociale voordelen, niet alleen voor de armen, maar ook voor de rijken, zo betogen de epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett in hun recente boek The spirit level (zie ook www.equalitytrust.org.uk). Wilkinson en Pickett vergeleken 23 rijke landen met grote en kleine inkomensverschillen met elkaar. Ze verzamelden duizenden studies naar de relatie tussen inkomen en sociale problemen in deze landen. In rijke egalitaire landen (met kleine inkomensverschillen) als Japan en Zweden gaat het met zowel rijken als armen veel beter dan in rijke landen met grote inkomensverschillen. In egalitaire landen zijn mensen lichamelijk en geestelijk gezonder, komt minder criminaliteit voor en zijn de onderwijsprestaties beter. Ook hebben mensen er meer mogelijkheden om sociaal te stijgen, vertrouwen ze elkaar meer, zijn er minder tienerzwangerschappen, minder moorden, minder mensen met overgewicht en ga zo maar door. Het enige waarop rijke egalitaire landen niet beter scoren dan rijke landen met grote inkomensverschillen, is zelfmoord.
Kortom: gelijkheid maakt zowel arme als rijke mensen gezond en gelukkig. Hoe valt dit te verklaren? Volgens Wilkinson en Pickett komt dit doordat relaties in egalitaire landen meer gestoeld zijn op samenwerking en vertrouwen. In landen met grote inkomensverschillen daarentegen draaien relaties meer om competitie, status en vooral statusangst. In rijke landen heeft iedereen voldoende te eten en een dak boven zijn hoofd. Mensen maken zich daar dus geen zorgen of ze wel te eten hebben. Des te meer zorgen maken ze zich over de vraag of ze onder doen voor buren of collega’s. Of ze wel goed genoeg zijn, of ze wel respect en waardering verdienen. Vooral mensen met een lage maatschappelijke status en weinig vrienden lijden hieronder en zijn daardoor minder gezond en minder gelukkig.
Kleinere inkomensverschillen beschermen mensen tegen deze zorgen en angsten. Inkomensnivellering is dus goed tegen de economische crisis en voor de stemming in Nederland. Tweederde van de bevolking is trouwens voorstander van inkomensnivellering, volgens een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2007.
De meeste mensen willen grotere gelijkheid. Hoog tijd dat de politiek daar naar handelt.
Nelleke Noordervliet: de onderklasse is zelf verdeeld
’De onderlinge solidariteit moet worden hersteld, de tweedeling in wijken opgeheven’
Professor Hans Boutellier weet ook geen oplossing meer. En dat is minstens zo schokkend als de uitkomsten van het onderzoek van Forum en het Verweij-Jonkerinstituut dat maandag werd gepresenteerd: ’Een vreemde in eigen land’. We weten het inmiddels allang: er blijft niet alleen een groep moeilijk bereikbare allochtonen aan de desolate onderkant van de samenleving hangen, maar hun Nederlandse buren voelen zich zo mogelijk nog slechter begrepen en bediend. Zij geven de schuld van hun benarde situatie aan de buitenlanders. Die domineren de buurt met hun afwijkende gewoonten, die weigeren zich aan te passen, die zijn crimineel en die krijgen niettemin bij overheidsdiensten voorrang. Het beleid gericht op verbetering van de integratie van allochtonen brengt in zijn kielzog de rancune van de autochtone bevolking met zich mee. Het is een prisoner’s dilemma: doe je niets, is het fout; doe je wel wat, is het ook niet goed. Het vertrouwen in de overheid is weg. Men voelt zich niet meer beschermd. Sterker nog: de overheid is de vijand. Als die niets voor je doet, moet je het recht in eigen hand nemen.
Er wordt veel gesproken over een dreigende tweedeling in de maatschappij. Rechts/links, seculier/religieus, conservatief/progressief, populist/democraat. Termen waar de mensen in de Utrechtse Sterrenwijk niets mee kunnen. Die zien een andere tegenstelling: ’wij, Nederlandse bewoners van de Sterrenwijk’ en ’zij, buitenlanders’. ’Wij’ delven het onderspit. ’Zij, buitenlanders’ op hun beurt voelen zich behandeld als tweederangsburgers, ook als ze perfect geïntegreerd zijn. De fouten van enkelingen worden aan de hele groep toegeschreven. ’Zij’ vrezen verlies van hun identiteit.
Of het nu waar is of niet dat buitenlanders eerder een huis krijgen, sneller een uitkering, meer hulp bij een opleiding en sollicitatie, doet er minder toe dan de perceptie. De autochtone bevolking neemt de situatie als zodanig waar. Het is een ingeslepen oordeel waar ieder flintertje bewijs, iedere roddel de juistheid van bevestigt. En kennelijk is er nog een herinnering aan een vroegere situatie, een verhaal over een andere tijd, een betere tijd. Dat verhaal is waarschijnlijk even fictief als het verhaal over het heden, maar als er geen toekomst is om hoop op te hebben, dan is het bestaan van een beter verleden een kapstok voor het verlangen: We waren nog onder elkaar. Of het geheugen van de bewoners van de krachtwijken daadwerkelijk zo ver in de tijd terugreikt, maakt niet uit. Er is een ’vroeger’, toen alles anders was. Datzelfde geldt voor de buitenlanders.
Vroeger was er een tweedeling tussen de bezittende klasse en de arbeidende klasse, tussen witte boorden en blauwe overalls, tussen arbeiderswijken en suburbia. Hoe fel die tegenstelling ook was en hoe bitter de armoede in de achterbuurt: binnen de eigen wijk en de eigen groep was een eenheid. Er was solidariteit. Je trok met elkaar op. Je hielp elkaar. Je zette je af tegen de bazen. De luxe van de bezittende klasse was onzichtbaar. Het leven van rijken speelde zich af in gebieden waar de gewone man niet kwam. De godsdienst disciplineerde het ongeduld: de arme man komt hoger in de hemel dan de rijke. De afgunst werd niet gevoed. Nu wel. En nu is de onderklasse, om dat ouderwetse maar duidelijke woord weer eens te gebruiken, tot overmaat van ramp in zichzelf verdeeld en wordt er een broederstrijd uitgevochten in een wetteloze ruimte waar geen van beide groeperingen zich beschermd weet door de regerende klasse. Beide groeperingen zijn het slachtoffer van het zondebokmechanisme, waarmee de maatschappij zich zuivert van schuld. De boze blanken worden uitgemaakt voor dom rechts vee, de ontwortelde allochtonen zijn radicale criminelen die het op onze beschaving hebben gemunt. Blame the victim.
Is er wel een middel om uit de impasse te komen? De onderlinge solidariteit moet worden hersteld, de tweedeling in wijken opgeheven. Geef hun een gezamenlijke vijand: het vooroordeel. Met de PVV in het hart van de macht wordt dat moeilijk.
(bron: Trouw, 2 oktober 2010)
Bas Heijne: Hoe ik een populist ben geworden
Een politiemacht voor huisdieren, volle asbakken in kleine cafés, hard rijden op de snelweg, een extra knuffel voor onze bejaarden; wanneer naar een verklaring voor het succes van populisme wordt gezocht, wijst de vinger vaak naar de ik-gerichtheid van de moderne burger.
Vorige week werd dat in deze krant weer eens gedaan door de Italiaanse filosoof Raffaele Simone, die op dit moment de Franse socialisten leert het monster van het rechtse populisme te verslaan. De vinger van de professor wees niet, hij priemde. Want een monster is het, „een zoet monster weliswaar, maar niettemin een monster”.
Volgens Simone heeft de opkomst van de rechts-populistische partijen te maken met een verschuiving in onze cultuur. De Europese burger heeft zich afgewend van de samenleving en zich volledig overgegeven aan consumeren. Alles in zijn leven draait om uiterlijk en genot. Wacht, ik laat de professor zelf aan het woord. „Het monster kwam op in de jaren tachtig en is een breed cultureel fenomeen. Dit monster wordt gekenmerkt door hyperconsumptie, superkapitalisme, de dwang om vakantie te vieren, goedkoop vliegen en de opmars van internet en mobiele telefoons. Zo ontstond een narcistische samenleving, die zich laaft aan media en het verschil tussen feit en fictie kwijtraakt.’’ Omdat genot en entertainment centraal staan, stelt de Italiaanse professor vervolgens, raken burgers steeds verder verwijderd van de traditionele doelen en opvattingen van links: solidariteit, herverdeling van welvaart, de strijd voor een betere wereld.
Zo zien we het graag. Het is populistisch rechts dat handig inspeelt op die egotrip die de professor „het zoete monster’’ noemt; terwijl links manmoedig blijft pleiten voor betrokkenheid met de samenleving, het vermogen om voorbij het hek van je achtertuin te kijken. Is het zo simpel? Ik ben geen aanhanger van de PVV en toch houd ook ik van goedkoop vliegen; ik schrijf deze column in een hotelkamer op mijn iPad en ben van plan zodra ik klaar ben lekker te gaan shoppen. Betekent dat dat ik rijp ben voor het populisme? Heeft het zoete monster me te pakken? De Italiaanse professor maakt een onderscheid tussen hedonisten en maatschappelijk betrokkenen, mensen die volledig op zichzelf gericht zijn en mensen die het goed met anderen voor hebben. Daarmee kun je de populisten om de oren slaan en jezelf heel goed voelen.
Alleen wringt het een beetje. De professor doet voorkomen of het hedendaagse hedonisme zich enkel uit in onze neiging naar vertier en genot en het huldigen van ons eigenbelang. Maar dan zou je niks meer met de politiek te maken willen hebben, en je kunt veel zeggen van het populisme, maar dat nu juist niet. Het elan van de PVV is groot; het recente boek van partij-ideoloog Martin Bosma steekt gedreven af bij al die tamme politieke gelegenheidsboekjes van de afgelopen jaren (denk aan Dit land kan zoveel beter van Wouter Bos). De strekking van dat boek is hopeloos ideologisch verdwaasd (het verschil tussen oudlinks en nieuwrechts: oudlinks liep te hoop tegen een rijke industrieel in een villa, nieuwrechts tegen zigeuners in een villa).
Maar je kunt niet zeggen dat er geen betrokkenheid uitspreekt. Het is vooral links dat de laatste jaren intellectuele luiheid vertoont, links dat zich tevreden stelt met een defensieve opsomming van principes en sleetse geloofsartikelen en nog altijd smetvrees heeft voor het hete hangijzer van deze tijd: identiteit. Zolang je weigert je op een serieuze manier in die nieuwe behoefte aan eigenheid te verdiepen, is ieder antwoord op de opkomst van het populisme een zucht in de storm.
Ook professor Simone lijkt het verlangen naar identiteit over het hoofd te zien; hij denkt dat de hedonisten zich van de politiek hebben afgekeerd. Dat is onzin. Het populisme is succesvol, doordat de hedonisten zich tot de politiek hebben bekeerd. Goedkoop vliegen en de nieuwste mobiele telefoon bleken niet langer voldoende. Men wil zijn zin hebben, dat is waar, maar men wil vooral gezien worden.
Ik geef de professor graag gelijk wanneer hij stelt dat de grote verschuivingen op het politieke vlak het resultaat zijn van een verschuiving binnen onze cultuur. Dat is een belangrijk inzicht, dat door de politieke commentatoren in Nederland steevast over het hoofd wordt gezien. Zij verliezen zich op dit moment massaal in de romantiek van de gefnuikte burger.
Alleen geldt die verschuiving in de cultuur voor ons allemaal. Bij ons allemaal is de nadruk meer en meer komen te liggen bij onze eigen persoonlijkheid en de manier waarop we die presenteren – of ensceneren – in de maatschappij. Aan ons allen is beloofd dat we onze eigen wereld mogen maken; door de commercie, die beweert alleen maar naar onze wensen te luisteren, door de media, waarin sinds een paar jaar het dogma heerst dat je de mensen moet geven wat ze willen en niets waar ze niet om gevraagd hebben, door de politiek die het „luisteren naar de burger’’ tot mantra heeft gemaakt. Het gaat er niet langer om het streven naar een zo objectief mogelijke kennis over jezelf en de wereld, het gaat erom hoe je de wereld beleeft.
Het is flauw van de professor om dat politieke hedonisme in de schoenen van rechts te schuiven. De neiging om politieke overtuigingen aan te hangen waar je jezelf lekker bij voelt, zonder je rekenschap te geven van de consequenties die dat voor de samenleving zou kunnen hebben, zonder te kijken of die grote woorden ook praktisch uitvoerbaar zijn, zonder de noodzaak te voelen die overtuigingen in te brengen in een debat – is die alleen bij de PVV de vinden? Die versnippering op links, dat onvermogen om het narcisme van de kleine verschillen af te leggen, is dat werkelijk het gevolg van verschillende visies van kiezers op wat een goede samenleving is, of komt het net zo goed voort uit het primaat van de lifestyle, de overtuiging dat de wereld er voor jou is, in plaats van andersom?
Ik weet het, er worden op links consequent grotere en hogere belangen aangeroepen dan het ordinaire persoonlijke belang, maar waarom is het zo moeilijk zich in naam van al die gedeelde belangen met elkaar te verenigen? Waarom zijn zoveel bijeenkomsten over het belang van een verenigd Europa en leven in een pluriforme samenleving vrijwel altijd bijeenkomsten van gelijkgezinden? Oppositie voeren tegen dit kabinet zal gemakkelijk zijn, het Malieveld is snel gevuld, maar zolang men op links niet in staat is zijn eigen politieke hedonisme onder ogen te zien, zal die oppositie heel lang gaan duren.
(bron: NRC 2 oktober 2010)
Wakker schreeuwen
Je moet het als blogger niet te vaak doen: een column van Youp van ‘t Hek in je weblog zetten. Maar er zijn erbij die er echt om schreeuwen omdat ze vinger op de zwakzinnige plek van de maatschappij leggen.
Daarom:
<!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:roman; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Arial","sans-serif"; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;}p {mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-margin-top-alt:auto; margin-right:0cm; mso-margin-bottom-alt:auto; margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman","serif"; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; font-size:10.0pt; mso-ansi-font-size:10.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; mso-ascii-font-family:Arial; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-hansi-font-family:Arial;}@page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>
‘Aleeuwen schreeuwen de Amsterdamse zwervers zich door hun dakloze levens. Zeschooien wat schamele muntjes bij elkaar, drinken braaf hun flessen leeg enslapen in de keurig aangemeerde sloepjes van de hardwerkende grachtenkakkers,die zich daar weer verschrikkelijk over opwinden. Iets waar ik op mijn beurtheel hard om moet lachen. Dat schreeuwen doen ze individueel en op niet vantevoren geplande momenten. Voetbalsupporters gaan met duizenden tegelijk tweekeer drie kwartier in een stadion heel rare dingen roepen naar 22miljonairtjes. Zo’n middagje krijsen en schelden schijnt enorm op te luchten.Dan kan je er weer een weekje tegen.
Zwervershebben dat soort bijeenkomsten niet. Die moeten het alleen doen en kiezen af entoe rare momenten. De stomdronken Damschreeuwer van afgelopen dinsdag vond de twee minuten stilte eenmooie gelegenheid om verward te gaan brabbelen en liet zijn tirade poëtischuitmonden in een radeloze oerbrul. Daarop liet een meneer zijn koffertjevallen, begon een paniektype „Bom, bom, bom!” te roepen en binnen tien secondenwas de chaos compleet. Meer dan zestig gewonden was de schade. Genoeg stof voorweken lang gestotter in de media. De deskundigen vallen in de praatprogramma’sweer over elkaar heen. Was het de schuld van de zwerver? Natuurlijk niet.Dronken krijsen is zijn vak en hij kan toch niet weten dat de massa sinds 11september 2001 zo opgefokt is dat bij de minste geringste zucht de pleurisuitbreekt. En het komt natuurlijk niet alleen door 11 september. Volkert,Mohammed en Karst hebben ook hun steentjes bijgedragen. En Geert en Rita doener alles aan om de angst bij het klootjesvolk te vergroten. Het is toch ronduitgrappig dat een schreeuw van een zwerver zoveel paniek kan veroorzaken. Dan iser toch iets aan de hand? Een Koninginnedag die een zogenaamd feestje is,terwijl de helft van het met vlaggetjes zwaaiende volk uit beveiligers bestaat,is toch iets om heel hard in de lach te schieten. Dat een hele stad een avondlang geen biertje meer mag nuttigen omdat twee voetbalteams om een of andereMickey Mousebeker strijden is toch een gegeven om diep over na te denken. Danis het toch ergens misgegaan?
Zwerverlanger vast las ik een aantal keren en ik merkte aan het volk om mij heen datmen daar tevreden over was. Het woord doodstraf is nog niet gevallen, maar datde man levenslang verdient is voor velen duidelijk. Hij heeft die gewonden opzijn geweten. Terwijl ik denk: laat die man vrij. Die gek deed gewoon zijnwerk. Zwervers schreeuwen, krijsen, foeteren en drinken, zoals een voormaligbankier als Scheringa de boel tilde, voorloog en besodemieterde. Die is daartoch ook niet voor vastgezet? Ieder zijn werk. Natuurlijk was het momentonhandig, maar eigenlijk ook wel weer leerzaam. De man raakte in één keer deopen zenuw van onze samenleving. Inmiddels heeft de stumper zijn excusesaangeboden. Maar weet hij veel. Hij is niet ziek, wij zijn het. Opgefoktedoodsangst beheerst ons leven. Eén kreet en we stuiven uit elkaar. Volgens mijmoeten we ook niet boos op hem zijn, maar hem juist bedanken. Voor de zoveelstekeer sprak een dronken man de waarheid. Hij schreeuwde ons wakker. Hij maaktemet een kreet duidelijk wat er werkelijk aan de hand is. Een massa angsthazenstond te bibberen op de Dam en bij het eerste het beste geluidje donderden zeover elkaar heen. Dat is er gaande. De doodsangst regeert. Misschien kan jebeter zeggen: de doodsangst dicteert! Iedereen is voortdurend op zijn of haarhoede.
Ennu? Ik vrees dat het OM wel iets vindt om de man lang vast te zetten en hij zalongetwijfeld veroordeeld worden. Een jaar? Twee jaar? Misschien ook wel lekkervoor hem. Twee winters een dak boven zijn hoofd. Maar de vraag blijft of hijschuldig is. Hoe ziek is de man? Of liever: hoe ziek zijn wij? Ik denk zelf datwe doodziek zijn. Zenuwziek. Ongeneeslijk? Ja!’
(bron: NRC 8 mei 2010)
Laat Wilders maar keffen, denken moslims
Een tijd geleden zag ik in mijn straat een vrouw van Turkse komaf met haar auto haar zoontje naar de basisschool brengen. Toen de jongen halverwege de straat overgestoken was, keerde hij om en gaf zijn moeder nogmaals een afscheidszoen. Ik vond het ontroerend. Maar er zijn mensen die dan denken dat ik het belangrijkste over het hoofd gezien heb. Die moeder was wel klein, maar ook dik. Een beetje het beeld van een Russiese matroesjka. En daar zit ook altijd meer in dan je op het eerste gezicht zou zeggen.
Zo’n ‘Turkse’ mevrouw is natuurlijk zo dik vanwege de bomgordel waar ze mee aan het oefenen is.
Ik overdrijf uiteraard maar je zult als ‘buitenlander’ of Islamiet maar over je heen krijgen wat er over je heen gespoten wordt door Wilders en aanhang.
Hoe denken moslims hier zélf over?
Hieronder een artikel uit de NRC daarover:
‘Door onze redacteurenSHEILA KAMERMAN enDIRK VLASBLOM
Hoe erg kan je vernederd worden zonder actie te ondernemen? De Nederlandse moslims horen dag in dag uit dat hun religie „een fascistische ideologie” is en „een gevaar voor de Nederlandse samenleving”. Dat die „zogenaamde profeet Mohammed” een „barbaar, massamoordenaar en pedofiel” is.
En dat zegt een parlementariër, PVV-voorman Geert Wilders.
Waar blijft het tegengeluid van de moslims?Hoezo, een tegengeluid van de moslims, vraagt islamdeskundige en oprichter van de poldermoskee in Amsterdam, Mohammed Cheppih. „We zijn toch Nederlanders? De hele samenleving zou moeten opstaan. Wilders maakt Nederland kapot. We zouden hem massaal moeten negeren.”
Ja, zegt Farid Azarkan, directeur van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders. „Waar blijven al die fatsoenlijke Nederlanders die zeggen: ‘zo gaan we niet met elkaar om’?” Het zou mooi zijn, zegt Azarkan, als niet-moslims hun moslimlandgenoten massaal zouden steunen. „Stel dat alle vrouwen in Almere nou een week een hoofddoek zouden dragen.” Azarkan grinnikt. „Maar dat is niet reëel.” Hij denkt wel eens aan een breed verzet, maar gelooft dat het averechts zal werken. „Stel dat we een massademonstratie organiseren. Dan staat het Malieveld vol met duizenden hoofddoeken. Mensen die niet bang zijn voor de islam zullen dat prima vinden. Maar die hoef je niet te bereiken. De aanhangers van Wilders zullen denken: getver, daar zijn ze.”
Een brede moslimbeweging is ook lastig te organiseren omdat dé moslim niet bestaat. De diversiteit is groot. Marokkanen, Turken, Somaliërs, Surinamers, Iraniërs en Irakezen hebben hun eigen geloofsleven en gemeenschappen. Ga die maar eens mobiliseren. „Niet te doen”, zegt Azarkan.
Een verbindende, Nederlandse islam moet zich nog ontwikkelen, zegt sociaal-wetenschappelijk onderzoekster en promovenda in Leiden Loubna el Morabet. „Dat proces is bezig. De moslims in Nederland zijn intussen echt Nederlands. Ik heb onderzoek gedaan in Nederland en Engeland en je ziet dat moslimstudenten hier die Nederlandse mentaliteit hebben overgenomen: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Zo praten ze ook. Dit is hun land.”
Er is te veel kinnesinne en simpelweg geen politieke wil om samen een front te vormen, denkt Ibrahim Wijbenga van Platform Aanpak Jeugdcriminaliteit.„Wilders zaait angst door te zeggen dat dé moslims de boel hier gaan overnemen”, zegt Azarkan. „Maar dat is een lachertje.” Beste voorbeeld, zegt hij, is het failliet van de moslimpartijen. Die wisten bij de raadsverkiezingen alleen in Den Haag een zetel te bemachtigen. Hoezo de boel overnemen? Azarkan: „Moslims stemmen kennelijk op een partij die bij hen past, ze stemmen niet op een religie. Integratie noemen we dat.”
Veel Nederlandse moslims en niet-moslims voelen zich ongemakkelijk bij de steeds hardere taal van de PVV. Moslims die zich niet aanpassen aan de dominante cultuur, worden het land uitgezet. Criminelen van Marokkaanse afkomst moeten door de knieën worden geschoten. Dat soort dingen. Afgelopen vrijdag bekritiseerde premier Balkenende Wilders die de Turkse premier Erdogan onlangs in Londen een total freak had genoemd.
Maar het vertrouwen van de Nederlandse moslims in de Nederlandse democratie is groter dan hun angst.
„Natuurlijk voel ik me bedreigd als ik Wilders hoor praten”, zegt Loubna el Morabet. „Maar als ik een stap terug doe, besef ik dat hij zijn ideeën niet kan uitvoeren. Die kopvoddentaks is onzin, en immigratie uit islamitische landen stoppen is discriminatie. In Nederland is het gelijkheidsbeginsel heel sterk verankerd in de wet.”Ook Sandra Doevendans, tweede jaars student antropologie en bekeerling, heeft vertrouwen in de Nederlandse en Europese wetten. „Om zijn ideeën uit te voeren, moet hij vrijheid van godsdienst uit de wetboeken halen. Daarvoor moet de Grondwet worden aangepast. Dat kan hij vergeten.”
Als de PVV bij de Kamerverkiezingen in juni flink wint, wat dan?
Laat Wilders maar regeren, zegt Ibrahim Wijbenga. „Keffen aan de politieke zijlijn, zoals de PVV nu doet, is heel wat anders dan verantwoordelijkheid nemen. Dan moet je kiezen, vuile handen maken, compromissen sluiten die de achterban je niet in dank zal afnemen – zeker niet als je zoveel onderbuikdemagogie uitkraamt.”
Sandra Doevendans vindt dat ook: „Misschien gaat hij vanzelf op z’n bek en dan zijn we meteen klaar. Net als toen met de LPF.”Loubna el Morabet hoopt ook dat Wilders, als de PVV groot wordt, een coalitie vormt. „Dan moet hij ook heldere ideeën hebben over andere punten dan moslims. Wat wil hij eigenlijk doen met ons land? Het enige wat hij roept, is dat hij anti-islam is. Voor de rest is het mistig.”Doevendans: „Bang ben ik niet. Als Wilders wint, is dat voorbeschikt, dan is dat Zijn plan. Maar het is wel een onprettig idee.”
We moeten rustig blijven, zegt Ibrahim Wijbenga. „Wilders overschreeuwt zichzelf, wordt een karikatuur van zijn eigen haat, en op een gegeven moment keert dit zich tegen hem. Dan zal hij als een baksteen vallen.”
Mohammed Cheppih is het daar niet mee eens: „Het frustreert me enorm dat partijen regeren met Wilders niet uitsluiten. Het zou een helder teken zijn. Die partij is leeg, heeft nauwelijks standpunten. De samenleving moet keihard terugrammen. De angst die hij zaait is irreëel, maar hij wordt geloofd. Hoe hoger de minaretten, hoe banger de mensen.”
Die angst wordt aangewakkerd door de mediahype rond Wilders, vindt Loubna el Morabet. „Ik vind het belachelijk dat de media zoveel aandacht besteden aan een partij die een handjevol zetels in gemeenteraden heeft gehaald. D66 is de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen en juist die partij zegt tegen Wilders: je sluit mensen uit, je discrimineert. Dat krijgt relatief weinig aandacht.”
We moeten de angst van autochtone Nederlanders wel serieus nemen, vindt Sandra Doevendans: „Als zij zich niet gehoord voelen, verandert er niets aan het klimaat. Uiteindelijk gaat het om wat de mensen op straat vinden.”
Volgens Azarkan kunnen moslims het beste in persoonlijk contact die angst ontzenuwen. „Je moet mensen weten te raken. Een klein deel van de mensen is nu eenmaal xenofoob. Ik geloof niet dat je die massaal kunt beïnvloeden. Die moet je gewoon op straat laten merken dat je moslim bent en verder best oké.”
(Publiek bekijkt in het stadhuis van Almere de uitslagen op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen. De PVV, die er voor het eerst deelnam, werd de grootste partij.
Foto Maarten Hartman)
(bron: NRC 26 maart 2010)
